Hun hebben de taal verkwanseld en hun hadden gelijk – on ‘Tolerance’ with Regard to Different Varieties of the Dutch Language

Keywords: language change, hun hebben, hun as the subject, standard language, limit for tolerance

Abstract

A striking change has recently occurred in the Dutch language, namely, that we are increasingly confronted with a sharp expansion of the use of hun in the subject position. The use of hun instead of ze or zij as the subject of the sentence is considered ungrammatical and a form of language degradation. This contribution discusses the origin of this phenomenon, its characteristics and possible explanations for its use. It also presents a critical overview of statements given by authoritative bodies, such as the Dutch Language Union, about the use of hun. The issue of hun in the practice of NT2 education is also discussed, and the question is asked whether this language change has a negative impact on Dutch. Is it acceptable? Where is the limit for tolerance?

References

Algemene Nederlandse Spraakkunst, red. W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij en M.C. van den Toorn. Tweede, geheel herziene druk. Groningen, Martinus Nijhoff/Deurne, Wolters Plantyn, 1997.

Bergen, Geertje van, Wessel Stoop, Jorrig Vogels en Helen de Hoop, “Leve hun! Waarom hun nog steeds hun zeggen”. Nederlandse taalkunde, vol. 16, nr. 1, 2011, pp. 2-29.

Burger, Peter. Hun hebben gelijk. Ieder z’n taal. Amsterdam, Prometheus, 2004.

De Volkskrant. www.volkskrant.nl/wetenschap/directeur-taalunie-hun-hebben-is-taalkundig-gezien-zelfs-een-verbetering, gepost op 1 maart 2017. Geraadpleegd op 1 november 2019.

Engelbrecht, Wilken “‘Foedum esse hominem in ea lingua videri hospitem in qua natus est.’ Op- en ondergang van de ‘latinisering’ van de Nederlandse schrifttaal”. Thesaurus polyglottus et flores quadrinlingues. Festschrift für Stanisław Prędota zum 60. Geburtstag, red. Stefan Kiedroń en Agata Kowalska-Szubert, Wrocław, Atut, 2004, pp. 93-110.

Frank, Anne. Het Achterhuis. Dagboekbrieven 12 Juni 1942 – 1 Augustus 1944. Contact, 1947.

Homerus, Ilias. Ameis-Hentze-editie. Teubner, 1932.

Horst, Joop van der, en Kees van der Horst. De geschiedenis van het Nederlands in de twintigste eeuw, Den Haag, Sdu Uitgeverij, 1999.

Horst, Joop van der. “Dat is het wat hun vaak doen. Hun als voorbeeld van taalverandering”. Onze Taal, vol. 57, nr. 6, 1988, pp. 81-84.

Hout, Roeland van. “Hun zijn jongens. Ontstaan en verspreiding van het onderwerp ‘hun’”. Waar gaat het Nederlands naartoe? Panorama van een taal, red. Jan Stroop, Amsterdam, Bert Bakker, 2003, pp. 277-286.

Hout, Roeland van. “Onstuitbaar en onuitstaanbaar: de toekomst van een omstreden taalverandering”. Wat iedereen van het Nederlands moet weten en waarom, red. Nicoline van der Sijs, Jan Stroop en Fred Weerman, Amsterdam, Bert Bakker, 2006, pp. 42-54.

L.R. “Hun”. Onze Taal, vol. 23, nr. 4, p. 49.

Lennep, Jacob van. Klaasje Zevenster. Den Haag, M. Nyhoff, Leiden, A.W. Sijthoff en Arnhem, D.A. Thieme, 1866. 5 delen.

Rooij, Jaap J. de. “Als of dan”. De Nieuwe Taalgids, vol. 65, 1972, pp. 199-209.

Sijs, Nicoline van der. De geschiedenis van het Nederlands in een notendop. Amsterdam, Prometheus, 1972.

Stroop, Jan. Hun hebben de taal verkwanseld. Amsterdam, Athenaeum-Polak & Van Gennep, 2010.

Taalunie: Bericht. taaluniebericht.org/artikel/taaladvies/hun-hebben, gepost op 22 februari 2017. Geraadpleegd op 1 november 2019.

Verdam, Jacob. Middelnederlandsch Handwoordenboek. ’s-Gravenhage, Nijhoff, 1911.

Published
2020-12-15